|
Ziekte Preventie
In dit onderdeel focussen we op de problemen die voorkomen bij onze varkens. Meer en meer varkensziektes kunnen makkelijk vermeden worden door middel van de nieuwste vaccinaties.
De betreffende vaccinaties zijn uitvoerbaar door uw locale veearts. Niet alle vaccinaties zijn van toepassing indien u houder bent van een kleine hoeveelheid varkens. Daarentegen is het zeer aanbevelenswaardig om uw varkens in te enten tegen de Vlekziekte (ERYSIPELAS BACTERIUM), omdat deze bacterie gedurende hele lange tijd buiten het lichaam van het varken kan overleven en we onze varkens toch grotendeels buiten houden.
Vlekziekte (Erysipelas)
Vlekziekte (Erysipelas) is één van de meest voorkomende ziektes bij het varken. Sterfte is weliswaar te vermijden door voldoende aandacht te schenken aan een adequate hygiëne, ongedierte beschrijding en schematisch correct vaccineren.
De ziekte manifesteert zich op een aantal manieren.
PERCUTANE Vlekziekte : het varken wordt dood aangetroffen, meestal herkenbaar aan blauw / purper door de huid van oren en buik heen zichtbaar en/of andere lichaamsuiteinden. Het is vaak niet eens zo goed te zien bij Kune Kunes. Als het voorkomt, komt het meestal voor bij opgroeiende biggen van meer dan drie maanden oud, alhoewel soms ook bij volwassen varkens. De Percutaan ziekte kan voorkomen bij een geïsoleerd geval maar kan ook onderdeel zijn van een uitbarsting.
ACUTE Vlekziekte: maakt van het varken een slaperig dier met weinig eetlust met hoge koorts boven de 41 graden. De ademhalingsfrequentie neemt toe en het varken kan dorstig worden. Sommige acute gevallen zullen rode ruitvormige opzwellingen vertonen en huidverhardingen van wel 5cm doorsnee. Wederom niet zo makkelijk te detecteren bij Kune Kunes, maar ze zijn wel voelbaar. Bij dekberen zal de hoge koorts de zaadcelreserve doden en hem steriel maken tot wel zes weken ná het moment van herstel. Bij drachtige zeugen kan acute vlekziekte verlies van de zwangerschap veroorzaken.
MILDE Vlekziekte: deze vorm van de ziekte gaat vaak onopgemerkt voorbij, vermits je varken hooguit een dag of zo niet zal eten en /of zich lam zal voelen ten gevolge van de infectie. De drie belangrijkste lange termijn effecten zijn :
- Het vervellen / korstjes afstoten van de eerder genoemde ruitvormige zwellingen, die worden veroorzaakt door een onderbreking in de bloedtoevoer. Oorpuntjes en andere lichaamsuiteinden zoals bvb. nagels kunnen eraf vallen.
- Oesteoarthritis, schade aan de gewrichten kan ernstig en blijvend zijn, waardoor het varken onomkeerbaar kreupel blijft als resultaat van een ingewikkelde reactie van het zelf afbreken van het immuunsysteem.
- Endocarditis. Deze bacterie kan in de bloedstroom circuleren en waardoor het zich kan hechten aan de hartkleppen. Daar kunnen ze beginnen groeien en een soort bloemkoolachtige laesie produceren, die tenslotte zal leiden tot hartfalen, soms tot wel één jaar na het moment van de oorspronkelijke infectie.
Preventie
Als u een varken koopt, vraagt u dan best bij de verkoper of het dier al dan niet tegen vlekziekte is ingeënt. Indien vooralsnog mogelijk vraag dan aan de fokker om uw varkentje te laten enten een week voor de geplande datum van overdracht, als de fokker niet spontaan en systematisch preventief laat enten.
’t Beste wat u kan doen (als fokker), is de bijsluiter van de enting goed lezen en naleven; die is klaar en duidelijk opgesteld en makkelijk te begrijpen. Een algemene richtlijn zou kunnen zijn:
- Zwangere zeugen best vaccineren een keer op 4 weken en een keer op 2 weken voorafgaand aan de verwachte werpdatum. Dit biedt de zeug een actieve bescherming alsook de pasgeboren biggetjes.
- Biggen afkomstig van een gevaccineerde zeug zouden het best geënt kunnen worden op een leeftijd van 8 weken en 2 weken later nog eens te herhalen. Biggen afkomstig van niet gevaccineerde zeugen daarentegen, zouden het best geënt kunnen worden op een leeftijd van 8 dagen, twee weken later herhalen en dan nog een keer 3 maanden na de 1ste prik.
- Een booster dosis zou kunnen toegediend worden 3 weken voor de bevalling aan zeugen die 2 keer per jaar werpen.
- Daarna de enting bij alle varkens alle zes maanden herhalen.
Wormenbestrijding bij varkens:
Varkens die met wormen geïnfecteerd zijn, vertonen meestal geen dramatische ziekteverschijnselen. De effecten ervan kunnen eerder verraderlijk zijn : te magere zeugen, verhoogd sterftepercentage bij biggen, groeivertraging en ook afkeuring in ’t slachthuis.
Varkens die buiten gehouden worden, lopen een groter risico omdat wormeitjes de grond besmetten. Sommige spoelwormen gebruiken de aardworm (regenworm) als gastheer. Uitloopterreinen voor varkens kunnen weliswaar jarenlang erdoor besmet blijven.
Welke wormen treffen uw varken(s)?
De Rode Maagworm (Hyostrongylus rubidus): Hoofdzakelijk aangetroffen in volwassen dieren. Symptomen zijn meestal zichtbaar bij lakterende zeugen. Hij veroorzaakt gewichtsverlies (“magere zeugen syndroom”), gereduceerde vruchtbaarheid en te laag geboortegewicht bij de pasgeboren biggentjes.
De knobbeltjes- maagdarm worm (Oesophogostomum spp): De meest voorkomende worm is dit. Ook hij draagt bij tot het “magere zeugen syndroom”. Besmetting met deze kan vaak leiden tot een bijkomende infectie van “zwijnendysenterie” Hoeveelheden wormen groeien opvallend hard rond de tijd van het werpen, hetgeen de biggentjes blootstelt aan een hoog risico op infectie. Om dit te voorkomen is het van groot belang om de zeug te ontwormen kort voor het werpen.
Spoelworm (Ascaris suum): Dit is de langste worm die in de dikke darm van varkens tot wel 40 cm lang kan worden. De grootste schade die deze worm aanricht, gebeurt tijdens de ontwikkelingsfases van zijn larven die via de longen en de lever migreren. Dit kan longontsteking veroorzaken bij de biggentjes en dit is ook oorzaak van een zieke gestipte lever die gezien wordt in het slachthuis.
Zweepworm (Trichuris suis): Deze leeft in de dikke darm en is op zich niet erg schadelijk. Maar, precies zoals de spoelworm, kan ook deze voorbestemd zijn om secundaire darminfecties met zich mee te brengen.
 Longworm (Metastrongylus apri): Volwassen wormen leven in de luchtwegen van de longen en kunnen hoesten veroorzaken, maar ook een vertraagd groeiproces bij de big. Deze worm is zeldzaam maar niet onbelangrijk, omdat steeds meer varkenskuddes buiten gehouden worden en vermits zijn levenscyclus d.m.v. de aardworm als gastheer verloopt.
Hoe stel je wormbesmettingen vast?
Slechts een paar besmettingen zijn zichtbaar vanaf de buitenkant, maar een staaltje van de uitwerpselen v.h. varken, die u naar uw veearts brengt voor microscopisch onderzoek, kan uitsluitsel geven of uw dier wel of niet geïnfecteerd is met wormen.
Hoe worden wormbesmettingen behandeld?
Uw veearts is bevoegd om u over een juiste behandeling voor te lichten. De meeste ontwormmiddelen voor varkens kunnen simpelweg mee door hun voedsel geroerd en toegediend worden.
Varkens zouden moeten ontwormd worden bij aankomst op hun nieuwe plek, ook vooraleer verplaatst te worden naar een nieuw uitloopterrein en vóór het werpen. Biggen hebben frequenter behoefte om ontwormd te worden (zelfs maandelijks mochten er wormeitjes te vinden zijn).
Eveneens is een goede hygiëne essentieel om worminfecties onder controle te houden. Schoonmaken en ontsmetten van de stal(len) tussen de varkens, het laten om en om roteren tussen de verschillende uitloopterreinen en geen mest uitstrooien over het land waar de varkens grazen tenzij het mest zeer goed en lang heeft gecomposteerd.
- ontworm uw biggen bij ’t spenen als ze 8 wk. oud zijn.
- ontworm uw volwassen dieren (inclusief dekberen) iedere 4 tot 6 maanden.
- ontworm uw zeug 2 tot 3 wk. vóór ’t werpen en 7 dagen vooraleer u ze bij de dekbeer brengt.
Schurft en Luizen.
Luizen bij varkens komen voornamelijk voor in de winter en zijn makkelijk te zien. Ze zien eruit als kleine krabbetjes op de huid. Schurft kan optreden bij varkens in de zomer, voornamelijk bij pasgespeende biggen. De getroffen huid wordt rood, ruw en gerimpeld, veroorzaakt door de wroetende mijt. Het getroffen varken wordt onbehaaglijk van uitputting en intense huidirritaties. Het varken zal constant zichzelf zitten krabben. Deze beide problemen kunnen makkelijk worden behandeld, vooreerst met een hoogst effectieve injectie van “Ivomec”. Anti - schurft shampoo is eveneens goed bruikbaar. Voor (andere) merken bevraagt u zich best bij uw locale veeartsenpraktijk of dierendrogist.
Buikloop & diarree.
Een big met diarree dient onmiddellijk behandeld te worden. Vaak valt het niet meteen op dat een big diarree heeft tenzij wanneer het al te laat is. Ze sterven snel ten gevolge van uitdroging. Houd vooral een oogje in ’t zeil voor natte staartjes, want dat kan er wel op wijzen. Als u geen diarreeremmers bij de hand heeft, geef uw big dan met een druppelaar voorzichtig rechtstreeks in zijn keeltje gekookt en afgekoeld water, verrijkt met glucose. Dit zou het biggetje in leven houden totdat uw veearts langskomt. Een medicijn dat vrijwel meteen buikloop stopt is “Tylan Poeder” en kan door uw veearts voorgeschreven worden. Een kleine hoeveelheid helpt al, gemend met wat water en d.m.v. een sonde via het keeltje ingebracht.
De oorzaak voor buikloop bij gespeende varkentjes is vaak te vinden in het feit dat het te veel voer krijgt, aan een omschakeling van voer moet wennen of als ze gestald zijn in koude en vochtige omstandigheden. Buikloop komt niet zo vaak voor ten gevolge van de E. Coli bacterie, tenzij de hygiëne armzalig is. U dient dan toch uw veearts te raadplegen en zijn/haar advies op te volgen. Besmette buikloop als gevolg van de E. Coli bacterie, het Rota virus of verschillende andere virussen en bacteriën kan aanleiding geven tot een serieuze epidemie in de hele worp en alles doen uitsterven. Als varkens stiller zijn dan gewoonlijk, een verminderde appetijt vertonen of bloed in hun diarree hebben, dan hebben ze acuut behoefte aan veterinaire behandeling met antibiotica en diarreeremmers.
Ademhalingsziektes.
Er bestaat een serie van virussen en bacteriën die longontsteking (pneumonia), bronchitis en nasale infecties (rhinitis) kunnen veroorzaken. Versnelde ademhaling die het varken moeite kost, duidt meestal wel op een ernstige ziekte en behoeft dan acute zorgen. Bronchitis of longontsteking kan hoesten veroorzaken, maar dit kan ook duiden op een besmetting met de longworm. Het is mogelijk om ook hier te vaccineren met A-RT, maar dit is meestal overbodig. Het is gewoon het beste om uw varken(s) te houden in goed geventileerde ruimte(s), niet vochtig en onmiddellijk afgezonderd van andere zieke dieren.
Parvo-Virus
Er zijn twee vormen van leer omtrent dit onderwerp:
Eerste leer. Het is al jaren bekend dat dit virus de voortplanting kan verhinderen, onvruchtbaar maakt en foetussen in de zeug mummificeert. Alhoewel deze symptomen eveneens kunnen veroorzaakt worden door andere factoren. Laat maar beter niet vaccineren tegen het Parvo virus, tenzij een voorafgaande bloedanalyse in een veterinair laboratorium uitwijst van beter wel. Het vaccin is behoorlijk kostbaar en het is vrij onwaarschijnlijk dat het Parvo virus de kleine varkenshouder met één of twee fokzeugen treft.
Tweede leer. Het virus, eveneens met reproductie falen, onvruchtbaarheid en gemummificeerde foetussen ten gevolge, kan de fokker laten overblijven met kleine toompjes van 1 of 2 biggen. Het Parvo virus kan ook de intacte beer levenslang onvruchtbaar maken. Om dit te voorkomen zouden alle fokdieren minstens 3 weken voor de dekking geënt moeten worden en daarna jaarlijks opnieuw.
BIJ ENIGE TWIJFEL OMTRENT UW KEUZE, MOET U UW VEERARTS RAADPLEGEN. HIJ/ZIJ ZAL U MET PLEZIER EN JUISTHEID TER ZAKE RAAD GEVEN EN VERDER INLICHTEN.
Diverse feiten bij varkens:
- De lichaamstemperatuur van een gezond varken bedraagt 38,9°C. (De temperatuur wordt gemeten via het rectum (anaal) door voorzichtig de thermometer in te brengen; een beetje glijmiddel helpt daarbij goed. Houd voldoende thermometer tussen duim en wijsvinger om zeker te maken dat u hem niet kwijtraakt. U wacht anderhalve minuut vooraleer de thermometer langzaam terug te trekken en af te lezen).
- De hartslag van een varken bedraagt zo’n 70 tot 80 slagen per minuut.
- De ademhalingssnelheid bedraagt 20 tot 30 inhalering per minuut bij varkens.
- Berigheid bij zeugen treedt op iedere drie weken.
- Een zeug is drachtig tussen de 108 en 120 dagen.
- De zeug zal opnieuw bij de beer gaan “kroelen” 4 tot 7 dagen nadat haar biggen gespeend zijn.
- Alle vaccins best in de koelkast bewaren of zoals de fabrikant het voorschrijft op de bijsluiter (NIET in de vriezer).
- Indien uzelf meer dan één varken tegelijkertijd vaccineert, trekt u de vloeistof uit het flesje met een steriele naald. Gebruik bij ieder varken een schone, steriele naald.
- Om onderhuids (subcutaan) te enten, betekent dit bij een varken best onder het halsvel achter de oren.
- Om intramusculair te enten, betekent dit rechtstreeks in de spier, bijvoorbeeld best de bilspier.
BIJ ENIGE TWIJFEL HOE DAN OOK, RAADPLEEG UW VEEARTS!
(Met heel veel dank aan Lucy Whitfield MRCVS (Hoescht Roussel), Andy Case, Zoe Lindop, Angela Blake and Dawn McCafferty, zonder wie dit onderdeel onmogelijk was geweest.)
© Copyright website KuneKune Vereniging Nederland.
Disclaimer
|